naar startpagina
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
de leeswelp,  2010,  nr. 5 / juni
Wonderlijk en divers als de natuur
Silvie Moors (sam.): Roodwaternacht : biodiversiteit, alles altijd anders / door An Stessens
Ter gelegenheid van het huidige Jaar van de Biodiversiteit publiceren DE DAGEN en de Provincie Antwerpen Roodwaternacht, een natuurboek voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Op de bijbehorende website www.roodwaternacht.be omschrijven de makers biodiversiteit als ‘Alles altijd anders […]. Dieren of planten in alle kleuren, te land, ter zee of in de lucht, bij dag of ‘s nachts.’ Met die woorden geven ze een horizon en kleur aan een ernstig begrip. De verzamelbundel Roodwaternacht wil hetzelfde doen. Van bij de eerste aanblik is duidelijk dat dit boek het Jaar van de Biodiversiteit kracht wil bijzetten door eenvoudigweg te doen wat ook de natuur doet en moet doen: veelzijdig en divers zijn. Het boek straalt een rijkdom aan soorten en vormen uit. Niet alleen brengt het foto’s, illustraties, volzinnen en verzen samen. Ook door de verschillende auteurs en illustratoren, elk met een eigen stem en signatuur, belooft die rijkdom tot diep tussen de regels door te dringen.
Roodwaternacht opent met een waarschuwing. Dit is geen boek om van begin tot eind, van de eerste tot de laatste pagina, te lezen: ‘Je mag zomaar ergens halverwege het boek binnenkomen. Je mag er ook weer uit lopen wanneer je maar wil.’ Desalniettemin begint het boek bijzonder veelzeggend — zonder woorden. Een reeks van twaalf foto’s van Koen Broos (één voor elke maand van het jaar?) geeft richting aan wat komt. Het zijn verstilde beelden die niet meer of minder tonen dan regen in een plas water, de lucht weerspiegeld in een beek, de schaduw van een tak, een hoopje gras. De toon is gezet: het zijn de details die het ‘m doen in de natuur. Het zijn de details die doorwegen wanneer we naar de wereld om ons heen kijken.
Roodwaternacht brengt beelden, gedichten en kortverhalen onder in drie delen: ‘Rood’, ‘Water’ en ‘Nacht’. Dat zegt niet veel, voor een natuurboek zou het ongepast vaag zijn. Het toont wel meteen de vrije en associatieve opzet van het boek. Rood staat voor tomaten en radijzen (bij Ted van Lieshout), maar ook voor gevaar (bij Bibi Dumon Tak). Water staat tegelijk voor dorst (bij Nic Balthazar) en tranen (bij Gerda Dendooven). Nacht betekent evenzeer verlangen (bij Jaap Robben) als dood (bij Bart Moeyaert).
Binnen de drie delen zit meer structuur dan op het eerste gezicht lijkt. Wie door de bundel bladert, ziet een willekeurige verzameling woorden en beelden. Maar wie nauwkeurig kijkt, vindt een systeem. De vergelijking met de biologische werkelijkheid om ons heen moge duidelijk zijn. Zo opent elk deel met een houtsnede van Isabelle Vandenabeele: drie keer even sterk en krachtig, drie keer in blauw en rood. Dat is zonder meer een win-winsituatie: de kleuren blauw en rood zijn inherent aan de woorden rood, water en nacht. En Isabelle Vandenabeele is op haar beurt het sterkst wanneer ze het niet te bont maakt, denk aan Rood Rood Roodkapje (vol rood) en Een griezelmeisje (vol rood en blauw). Na de houtsnede volgt drie keer een verhaal, telkens geflankeerd door een iconisch beeld. Tom Naegels en Nic Balthazar staan niet bekend om hun kinderverhalen en verrassen daardoor des te meer. Allebei brengen ze een aangrijpend en ogenschijnlijk sober verhaal. Wanneer hij in het deel ‘Rood’ beschrijft hoe je (toch geen) nachtvlinders vangt, vertelt Tom Naegels eigenlijk het complexe verhaal van een vriendschap. De interpretatie van water van Nic Balthazar is rechtlijniger in zijn maatschappijkritische verhaal over een dorstige tocht door de woestijn.
Verder is in elk deel ruim plaats voor stukjes waarin Bibi Dumon Tak bijzondere planten en dieren voorstelt. Ze gaat verder op de weg die ze met Bibi’s bijzondere beestenboek (Querido, 2006) al had ingeslagen — je zou kunnen zeggen dat het bijzondere beestenboek op zich al gold als een open sollicitatie voor een boek rond biodiversiteit. Haar stukjes in Roodwaternacht gaan vaak over uitstervende en/of zeldzame dieren en planten en leggen zo de vinger op de wonde die biodiversiteit vandaag de dag (helaas) ook is. Van het hele Roodwaternacht zijn deze stukjes het concreetst. Hier leer je waar het vleesetende plantje zonnedauw zijn naam haalde en waarom de rugstreeppad niet springt zoals andere kikkers en padden. Hier wordt Roodwaternacht bijna een echt natuurboek.
Bibi Dumon Tak wervelt en raast. Haar teksten bulken van plezier en kracht en contrasteren daardoor fel met de illustraties in sobere off-kleuren van Geert Vervaeke. Wie van goede wil is, ziet hierin het contrast dat inherent deel uitmaakt van de (bio)diversiteit, de botsing die doet leven. Maar eigenlijk is het vooral jammer dat de illustraties bijna flauw afsteken bij het geweld dat Bibi Dumon Tak is ongeacht de sfeer en diepte die ze toevoegen aan de verhalen.
Alle structuurelementen ten spijt, laat Roodwaternacht zich gelukkig niet kapot analyseren: er blijft meer dan genoeg vrijheid, variatie en interpretatie om de gedane belofte van diversiteit waar te maken. De gestileerde foto’s van radijzen en tomaten van Ted van Lieshout zijn bijvoorbeeld even hilarisch als to-the-point als het om ‘rood’ gaat. Van Gerda Dendooven is er het relaas van Leen, die een tranenzee huilde. Het verhaaltje in verzen doet in al zijn vrolijkheid en treurigheid nog het meest aan Annie M.G. Schmidt denken. Sara Fanelli’s kleurrijk geïllustreerde citaten onderstrepen het belang van contrast. Van Sara Fanelli is veel te weinig vertaald. De paar pagina’s die ze in Roodwaternacht krijgt, zijn daarom op zich al de moeite waard om het boek in huis te halen.
Wie overigens meent na de eerste twee delen, ‘Rood’ en ‘Water’, een systeem ontdekt te hebben, wordt in het derde deel genadeloos teruggefloten. ‘Nacht’ is het rijkste deel van de drie. Ook in Roodwaternacht lijkt de nacht voorbehouden aan de opperste verbeelding en de wildste dromen.
In deze ‘Nacht’ schuilen de sterkste bijdragen van de bundel. Hoe verrassend de eerdere verhalen van Tom Naegels en Nic Balthazar ook waren, met zijn onsentimentele warmte en gezelligheid grijpt het verhaal van Sjoerd Kuyper genadeloos naar de keel. De pakkendste illustraties uit Roodwaternacht zijn de prenten van Ingrid Godon en de foto’s van Sara Engelhard. Deze illustraties doen wat de beste illustraties moeten doen: tegelijk interpreteren en een zee aan interpretaties openlaten. Daar waar Jaap Robben het verlangen, de verslagenheid en de eenzaamheid die bij verliefdheid horen, in het prachtige gedicht ‘Boom’ beschrijft, weet Ingrid Godon dezelfde gevoelens te kaderen in drie meesterlijke prenten die nooit te veel analyseren of expliciteren. De foto’s van Sara Engelhard bij de gedichten van Bart Moeyaert over dode dieren, zijn rechtlijniger. Als Bart Moeyaert schrijft over de dood van een haas, toont Sara Engelhard het lijk van een haas. Op de foto’s liggen de dieren in vierkleuren tegen een witte achtergrond, wat de beelden sober, realistisch en aangrijpend maakt. Deze foto’s stralen dezelfde stilte uit als de poëzie van Moeyaert.
De dood die hier zo expliciet in beeld komt, komt niet uit de lucht vallen. Dreiging en beklemming zijn nooit veraf en lopen als een motief door Roodwaternacht: in de verhalen van Tom Naegels, het gedicht ‘Poes’ van Jaap Robben, in de stukjes van Bibi Dumon Tak. Joke van Leeuwen op haar beurt maakt er iets luchtigs van. In het beeldverhaal ‘De bruine vuurvlinder’ vertelt ze over het steeds nakende einde van een vlinderleven en over de mens die de grootste bedreiging vormt. Met de woorden ‘Ik sterf nog lang niet uit’ vliegt de vlinder uiteindelijk vrolijk weg en is ook de bundel uit.  Als laatste woorden kan dat tellen.
Hier zou Roodwaternacht uit kunnen zijn. Maar Rik Röttger en Ludo Helsen, gedeputeerden van leefmilieu en cultuur van de Provincie Antwerpen, zetten in hun nawoord de bundel in een specifiek daglicht. ‘Kan een boek de wereld redden?’ vragen ze zich af. In één moeite door stellen ze kinderen voor het boek mee te nemen op uitjes in de natuur. Mooi, maar is Roodwaternacht echt een boek om de wijde wereld mee in te trekken? Is dit echt ‘hét natuurboek voor kinderen’, zoals de makers het afficheren? Nee, daarvoor is het te weinig concreet en te weinig praktisch, te verstild en te poëtisch.
Om terug te komen op de vraag van Röttger en Helsen: ‘Kan een boek de wereld redden?’ Elk boek dat bijdraagt aan het bewustzijn van de wereld — en de veel te snelle vergankelijkheid daarvan — redt de wereld een heel klein beetje. Indirect en onrechtstreeks. Maar er is geen grote reis voltooid zonder een eerste stap te zetten. Roodwaternacht is niet het jampotje om kikkerdril in te bewaren, het toont niet de zeven verschillen tussen de grauwe kiekendief en de blauwborst en het zal geen ziel behoeden om die ene giftige paddenstoel te plukken. Maar het biedt wel de verwondering die nodig is om het jampotje te gaan zoeken. En die verwondering geldt voor alle leeftijden. Volgens de samenstellers is Roodwaternacht voor kinderen van vier tot twaalf jaar, maar dat is een schromelijke onder- en overschatting van het publiek. Geen vierjarige heeft een boodschap aan het verhaal van Tom Naegels of de poëzie van Kees Spiering. Maar wie de twaalf ruimschoots gepasseerd is, zal geboeid blijven door de bedrieglijk eenvoudig illustraties van Wolf Erlbruch en zal zijn (jonge) ik herkennen in de gedichten van Jaap Robben. Dat maakt van Roodwaternacht bovenal een leeftijdloos boek dat hoort rond te slingeren in een huis met kinderen — om dan, zoals de inleiding zegt: ‘zomaar ergens halverwege het boek binnen te komen’.
Ik zou graag eindigen met de door Sara Fanelli geïllustreerde woorden van William Blake: ‘Zonder tegenstellingen is er geen vooruitgang. Aantrekking en afkeer, verstand en energie, liefde en haat, alle zijn ze nodig voor het menselijk bestaan.’ Roodwaternacht is opgebouwd uit de diversiteit en contrasten die zo broodnodig zijn voor het menselijk bestaan.

Silvie Moors, Koen Broos, Bibi Dumon Tak  (sam.) e.a.: Roodwaternacht : biodiversiteit, alles altijd anders, DE DAGEN Antwerpen, 2010, 131 p. : ill., € 19,95. ISBN 9789081533409
Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswelp
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb