naar startpagina
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
de leeswelp,  2007,  nr. 6 / september
Kikker into jazz
Max Velthuijs, Tony Overwater kwintet e.a.: Kikker heeft de blues / door Koen Van Baelen
Toen Max Velthuijs (1923-2005) in 2000 de vraag kreeg of hij in het Amsterdamse Concertgebouw enkele van zijn Kikker-verhalen wilde voorlezen onder begeleiding van muziek, moet hij niet lang geaarzeld hebben: hij wilde op het podium met een jazzcombo. Al van jongs af was de toen 77-jarige Velthuijs gepassioneerd door jazz, muziek die hem naar eigen zeggen een soortgelijke emotionele drive gaf als hij ervoer bij het maken van een prentenboek. Maar die emotionele link garandeert natuurlijk nog niet dat beide liefdes op een concertpodium moeiteloos te combineren zijn. Zo moet een voorgelezen en muzikaal begeleid Kikker-verhaal het doen zonder de bijbehorende prenten, waarmee een niet bepaald bijkomstig, in esthetisch en emotioneel opzicht zelfs wezenlijk aspect ervan verloren gaat. En die jazz, die toch niet zo gemakkelijk in het kinderoor liggende muziek, stoort die het jonge luisteraartje niet veeleer, en leidt die het niet af van het verloop van het verhaal?
Het was dus nog maar de vraag of het kinderpubliek opgetogen zou zijn met een ‘muziek en woord’-programma rond Kikker en zijn vriendenkliek. Maar de voorstelling die Velthuijs en het Tony Overwater kwintet in november 2000 in het Concertgebouw gaven, was een enorm succes. Een theaterbureau boekte het merkwaardige ensemble meteen voor een tournee door Nederland, en de liveopname die in 2003 onder de titel Kikker swingt op de markt werd gebracht, is ondertussen uitverkocht. Het zou me verbazen als de opvolger, Kikker heeft de blues, een treuriger lot beschoren zou zijn. De pas verschenen, ditmaal in de studio opgenomen cd moet het dan wel stellen zonder de sonore stem van Max Velthuijs zelf, maar zijn vervanger Nico de Vries blijkt een erg gedreven en accuraat verteller, die overigens in grotere mate trouw blijft aan de oorspronkelijke tekst van de Kikker-verhalen dan de maker zelf. Maakte Velthuijs op de live-cd veeleer een indruk van vrolijke nonchalance, van iemand die zich bij deze muziek helemaal in zijn sas voelt maar net een jaartje te oud is of een whisky’tje te veel op heeft om altijd bij de zaak te zijn, dan toont De Vries zich als een op en top professional. Ook de leden van het Tony Overwater kwintet — Tony Overwater (contrabas), Maarten Ornstein (klarinet en basklarinet), Marc van Roon (vleugel), Angelo Verploegen (trompet en flügelhorn) en Joshua Samson (percussie) — zijn en pleine forme en laten nergens steken vallen. Anders dan op Kikker swingt — waarop enkel composities stonden van Overwater zelf — hebben ze voor de laatste cd overigens allen een stuk geschreven. Dat levert een verfrissend gevarieerde verzameling Kikker-jazz op, die door de goede tot uitstekende kwaliteit van alle composities ook als geheel een sterke indruk maakt.
Het misschien wel belangrijkste verschil tussen beide cd’s is echter dat de muziek van het kwintet en de teksten van Velthuijs op Kikker heeft de blues nog hechter aan elkaar gesmeed zijn dan bij zijn voorganger het geval was. Op de liveopname hoor je nog dikwijls enkel muziek (twee stukken zijn louter instrumentaal) of enkel woorden (Velthuijs die wat tussendoor vertelt), terwijl de nieuwe cd een solide geheel vormt waarin tekst en muziek van begin tot eind op een speelse maar intense manier met elkaar verbonden zijn. Ook op het niveau van de afzonderlijke composities is die organische verbondenheid er alleen maar groter op geworden. Het is mooi om horen hoezeer het Tony Overwater kwintet zich deze Kikker-verhalen zowel naar de letter als naar de geest eigen heeft weten te maken. Dat is in de eerste plaats te danken aan de teksten van Velthuijs, die zich door hun sobere maar doeltreffende woordkeuze en hun al even simpel-efficiënte spanningsopbouw goed lenen tot een samenspel met muziek, maar het is evenzeer het gevolg van de congeniale aanpak van Overwater en zijn band. Evenmin als Velthuijs met zijn dierenverhalen, mikken Overwater en co. met hun jazzcomposities bewust op specifieke kinderaffiniteiten (zoals die door volwassenen worden verondersteld), en juist in dit gezond gebrek aan consideratie voor de ‘wereld van het kind’ schuilt de emotionele en existentiële meerwaarde van deze Kikker-cd. De verhalen van Velthuijs en de composities van het Tony Overwater kwintet slaan weliswaar een lichtere toon aan dan je bij volwassenenliteratuur of jazz gewend bent (zo zijn er natuurlijk nog een aantal evidente verschillen aan te wijzen), maar ze maken toch vooral duidelijk dat een boek of muziekstuk voor kinderen niet ‘infantiel’ aangelegd hoeft te zijn om tegemoet te kunnen komen aan de preoccupaties van hun hart en hun verstand.
Dat hoor je op Kikker heeft de blues bv. heel goed in ‘Kikker is bang’, een meesterlijk stukje waarin de muziek de emotionele laag van het verhaal op een voor kinderen bijna ondraaglijke manier versterkt. Na een uitbundige intro die de vitaliteit en de vrolijk-naïeve levensinstelling van het Kikker-karakter verklankt, verstilt de muziek en stijgen er bevreemdende geluiden op: Kikker is bang. En het wordt er met Kikkers angst (voor een spook onder zijn bed) niet beter op als ook zijn vriendjes Eend en Varkentje onder zijn invloed overal spoken en monsters gaan horen. De tekst vertelt dat, de prenten (in het boek) tonen het, maar op deze cd hoor je het ook — in dissonante, unheimliche, bijna Ligeti-achtige klanken die de kinderzenuwen danig op de proef stellen (het gezicht van mijn dochtertje van drie verkrampt onder de hoofdtelefoon, en angstig vraagt ze me "wat die geluiden zijn"). Nadat in de tekst van Velthuijs de angst voor het ongekende nog op een subtiele wijze gekoppeld geworden is aan de angst voor het verlies van geliefde naasten (Haas vindt zijn bange vriendjes niet terug en begint te vrezen dat ze er niet meer zijn), is het genoeg geweest en wordt de angst als iets gewoons gerelativeerd. De vriendjes kunnen weer lachen en de bevrijding is totaal als het opgewekte beginmuziekje weer begint te schallen (mijn dochtertje danst nu vrolijk in het rond).
Vanuit een volwassenenperspectief gezien is zelfs een gewaagd stuk als dit natuurlijk erg geruststellend: Kikker en zijn vriendjes leren dat ‘bang zijn’ altijd overgaat en ook de muziek laat horen dat na de uitgestane angsten alles uiteindelijk bij het oude blijft. Maar binnen dit geruststellende kader confronteren Velthuijs en Overwater kinderen wel zonder scrupules met angsten die ze hebben en die ze best ook onder ogen durven zien. Want met die angsten zullen ze, hoezeer ze die later ook zullen leren camoufleren of transformeren, nog een leven lang verder moeten.
Ook in andere stukken van Kikker heeft de blues en Kikker swingt worden existentiële thema’s op een weinig ‘kinderachtige’ wijze verwoord en verklankt. Het is een van de onmiskenbare sterktes van Velthuijs’ Kikker-boekjes dat stevige onderwerpen als identiteit (‘Kikker is kikker’), verliefdheid (‘Kikker is verliefd’) en dood (‘Kikker en het vogeltje’) heel subtiel en onnadrukkelijk met de avonturen van de vriendenkliek verweven zijn. Kinderen worden in deze verhalen op een vanzelfsprekende manier ernstig genomen, de Bildung wordt in geen enkel opzicht pedagogisch geforceerd. En dat kenmerk zit ook in de muziek. Het kwintet van Overwater speelt échte jazz, geen toegepaste kindervariant ervan. Bovendien is het een goede zaak dat de muziek niet louter illustratief of ondersteunend is. De muzikanten leggen wel betekenisvolle accenten en schrikken hier en daar niet terug voor een speciaal effect, maar die zijn altijd functioneel en goed geïntegreerd in de compositie als geheel. Daarom vormen deze cd’s voor kinderen ook een ideale kennismaking met de kracht en vitaliteit van jazzmuziek. Wie weet ervaren sommigen van hen wel hetzelfde als de kleine Max Velthuijs ervoer toen hij op een middag voor het eerst dat "vreemd soort muziek" te horen kreeg: "Ik werd ineens helemaal warm van binnen, mijn hart ging sneller kloppen en ik dacht: Dit is mijn muziek. En dat was jazz..."

Max Velthuijs, Tony Overwater kwintet , e.a.: Kikker heeft de blues [CD], Leopold Amsterdam, 2007, 1 cd , € 12,95. ISBN 9789025851330. Distr.: WPG Uitgevers

Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswelp
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb