naar startpagina
"Het schrift vormt enkel de partituur van de aria die de lezer moet zingen." Francisco Umbral
“Lezen lijkt soms een exercitie om oprechtheid, moraal en waardigheid hoog te houden, juist op grond van het besef dat overal ter wereld voor deze begrippen elke grondslag onverbiddelijk ontbreekt.” Anneke Brassinga
"Voordat ik de krant van vandaag inkijk, moet ik eerst nog even het Oude Testament lezen, het Symposium van Plato, de Odysseia van Homerus, de Metamorfosen van Ovidius en de Koran." Leonard Nolens
“Het lezen geeft ons toversleutels om diep in ons de deur te openen van vertrekken waar we zelf niet hadden kunnen komen” Marcel Proust
“Men schrijft op louter het puntje van het weten, op het uiterste puntje dat ons weten scheidt van het niet-weten, en dat het een doet overgaan in het ander.” Gilles Deleuze
de leeswolf,  2007,  nr. 9 / december
Nagelezen (9)
Ingewanden / door Joris Note
Mocht u het niet gemerkt hebben: de stukken die de voorbije maanden op deze plaats stonden, gingen over boeken die mij ooit op de een of andere manier geraakt hebben, en die me veelal nog altijd raken. Boeken? Boekjes! Want waarom heb ik niets gezegd over De toverberg, La Chartreuse de Parme, Oorlog en vrede, Prousts Recherche, Eline Vere... en zelfs niet over Don Quichot? Uit tijdgebrek: ik wou de dingen waarover ik schreef herlezen, en aan die dikke romans kwam ik niet toe. Maar waarom ging het dan niet over Genesis of de Reinaert, of over dunnere volumes van Balzac, Sartre, Robert Walser, Beckett, Hadewijch, Dermoût, Faulkner, Mallarmé...? Uit een ander soort tijdgebrek: een Leeswolf-jaar van negen maanden liet maar een minieme keuze toe. En het werd een nogal willekeurige keuze, want mijn beste of indrukwekkendste boeken bestaan niet, ik zou vandaag dit en dat noemen maar morgen iets heel anders — de huidige ‘poppoll’-manie is aan mij niet besteed, en wat tot ‘het mooiste ooit’ is uitgeroepen wil ik van ganser harte vergeten. De enige zekerheid: een literair boek dat ik niet zou willen herlezen, kan geen betekenis hebben voor mij. Dat criterium verjaagt veel Grote & Succesrijke schrijvers uit mijn kasten, ik zal geen namen noemen.
Maar, vraagt iemand, de dingen waarover je wel schreef, raken die je echt? Want het klonk vaak nogal onpersoonlijk! Een moeilijk punt is dat. Enerzijds, als ik schrijf over iets wat niet alle lezers gelezen hebben, dan moet ik toch allereerst informatie geven, als ik niet in het ijle wil kletsen. Anderzijds, wat is het ‘persoonlijke’ eigenlijk? Toch niet het luchtje dat ons tegemoet walmt uit de meeste columns, die badinerend en ironiserend, pseudo-origineel en pseudo-provocerend, herhalen wat iedereen geacht wordt te denken? Lieve god, wat heb ik een hekel aan columns, moge ik nooit een column-achtige column schrijven. En verder, wat kan mijn ‘persoonlijke’ ervaring u schelen? Ik heb echt geen belang. Maar ik zou wel blij zijn als ik hier of daar iemand ertoe kon aanzetten bepaalde teksten te lezen of te herlezen, en nog blijer als ik iemand kon helpen er iets van te begrijpen. Iets, ja, dat is al veel, want van de boeiendste boeken begrijp ik zelf bijna niets — en verdenk me maar niet van bescheidenheid.
Eigenlijk is de willekeur nog veel groter dan uit het bovenstaande blijkt. Waar bleven de historische en filosofische boeken? Waar is Freud, waar Het communistisch manifest? Waar zijn de Bekentenissen van Rousseau, waar die van Augustinus?
En dan zijn er nog de teksten die ik met mijn oren leerde waarderen. Het begon met gedichten van Verlaine, Rimbaud, Aragon..., die gezongen werden door Léo Ferré en Georges Brassens; en veertig jaar later luister ik naar door Fred Hersch getoonzette gedichten van Walt Whitman (Leaves of Grass), of naar de verzen die Robert Creeley las bij muziek van Steve Swallow (So There). Maar ik bedoel niet alleen gecanoniseerde teksten waaraan naderhand muziek is toegevoegd, ik bedoel ook lyrics die (bijna) van meet af aan door muziek gedragen worden en die zonder muziek nauwelijks standhouden. Ik zou het dus moeten hebben over Winterreise en Die schöne Müllerin van Schubert en Wilhelm Müller, over erkende betere-liedjes-schrijvers als Boris Vian en Woody Guthrie. Maar ook over blues van vóór de Tweede Wereldoorlog: Robert Johnson en Charlie Patton, en de man die in het bos de verpersoonlijkte blues ontmoet, Good morning, Blues, what are you doing here so soon?, en hoe hij dan van boom tot boom achternagezeten wordt, You should have heard me begging, "Mister Blues, don’t murder me!" (Een werkje van pianist Little Brother Montgomery, uit 1936; Buddy Guy maakte in 1960 een elektrische remake.) En het zou ook moeten gaan over het American Songbook, en over deuntjes van schijnbaar niks die in de mond van Edith Piaf, Billie Holiday of Dolly Parton een formidabele kracht verwerven. Uiteindelijk draait het vooral daarom: om wat melodie, timing, expressievermogen en stem met gewone woorden kunnen doen. Een dagelijks wonder.
Een speciale plaats zou toekomen (in de artikelen over gezang die ik me nu blijkbaar aan ’t verbeelden ben) aan oude volksliederen. Nederlandse, zeker, en Franse, zoals ze bijvoorbeeld vertolkt worden op twee cd’s (label Alpha) van het ensemble Le Poème Harmonique; niets zo hartverscheurend als de klacht over koning Renaud die van de oorlog terugkeert avec ses tripes en ses mains, terwijl zijn vrouw in het kraambed ligt. Maar ik denk toch vooral aan de massa Britse en Amerikaanse ballades die in alle mogelijke soorten vertolkingen (van field recording tot kunstlied) op de markt zijn. Neem ‘Barbara Allen’, de populairste van allemaal, in de 17e eeuw al geprezen door Samuel Pepys, zopas nog op cd gezet door de bas Joel Frederiksen (The Elfin Knight, Harmonia Mundi). Een stervende jongeman laat de vrouw roepen die hij vergeefs het hof maakte en die hij, lijkt het, ook beledigd heeft; ze komt maar gunt hem geen tederheid: "And all she said when there she came, / Young man, I think you’re dying." Hij sterft, hard-hearted Barbara Allen krijgt spijt want eigenlijk hield ze van hem, ook zij sterft, op hun graven groeien planten die zich op den duur met elkaar verstrengelen. Allemaal simpel genoeg, maar met zijn nog simpeler melodie wordt het in elke goede uitvoering een fascinerende evocatie van eenzaamheid en zich-niet-kunnen-uiten.
Nog even terug naar het drukwerk, om te zeggen dat de doorslaggevende lectuur niet altijd in boeken staat. Zo zou ik zeker niet ‘Le Monde diplomatique’ willen missen, zowat het enige mij bekende maandblad dat je nog zonder voorbehoud links kunt noemen. De meeste artikelen gaan over specifieke landen en regio’s, maar ik beveel u hier graag iets algemeners aan: in het augustusnummer maakte de Belgische fysicus Jean Bricmont een stimulerende analyse van de benarde situatie van de Europese socialisten; zijn stuk bevat meer ongemakkelijke waarheden dan Al Gore in zijn hele leven bijeen kan oreren (zie www.monde-diplomatique.fr/2007/08/BRICMONT/15051).


Bestel dit nummer of abonneer u op de Leeswolf
print  deze pagina printen of opslaan   print  stuur deze pagina door
© 2010 | vlabin-vbc vzw | another cms by dataweb